Moet je Kerstmis met een hoofdletter schrijven? En hoe zit het met moederdag, Koningsdag of ramadan? De regels rondom feestdagen en hoofdletters in het Nederlands zijn niet altijd even duidelijk. In dit uitgebreide artikel leggen we precies uit wanneer je een feestdag met een hoofdletter schrijft en wanneer niet — inclusief een handige overzichtstabel.
De basisregel: eigennamen krijgen een hoofdletter
De hoofdregel in het Nederlands is helder: eigennamen schrijf je met een hoofdletter. Feestdagen die als eigennaam worden beschouwd, krijgen dus een hoofdletter. Maar welke feestdagen zijn eigennamen? Dat is precies waar de verwarring ontstaat.
Over het algemeen geldt: feestdagen die een unieke, specifieke dag of periode aanduiden, zijn eigennamen en krijgen een hoofdletter. Woorden die een algemeen begrip beschrijven of als soortnaam fungeren, krijgen geen hoofdletter.
Feestdagen die WEL een hoofdletter krijgen
De volgende feestdagen worden in het Nederlands als eigennaam beschouwd en krijgen altijd een hoofdletter:
Christelijke feestdagen
- Kerstmis / Kerst — Het kerstfeest van 25 en 26 december
- Pasen — Het feest van de opstanding
- Pinksteren — Vijftig dagen na Pasen
- Hemelvaart — Veertig dagen na Pasen
- Goede Vrijdag — De vrijdag voor Pasen
- Aswoensdag — Het begin van de vastentijd
- Palmzondag — De zondag voor Pasen
- Driekoningen — 6 januari
- Allerzielen — 2 november
- Allerheiligen — 1 november
Nationale en officiële feestdagen
- Koningsdag — 27 april, de verjaardag van de koning
- Bevrijdingsdag — 5 mei
- Dodenherdenking — 4 mei
- Prinsjesdag — De derde dinsdag van september
- Sinterklaas — 5 december
Islamitische feestdagen
- Ramadan — De vastenmaand
- Suikerfeest (Eid al-Fitr) — Na de ramadan
- Offerfeest (Eid al-Adha)
Joodse feestdagen
- Chanoeka — Het lichtjesfeest
- Pesach — Het joodse paasfeest
- Rosj Hasjana — Joods nieuwjaar
- Jom Kipoer — Grote Verzoendag
Overige feestdagen
- Valentijnsdag — 14 februari
- Halloween — 31 oktober
- Moederdag — Tweede zondag van mei
- Vaderdag — Derde zondag van juni
De grote overzichtstabel
Hieronder vind je een uitgebreide tabel met feestdagen en de juiste schrijfwijze:
| Feestdag | Hoofdletter? | Correct | Fout |
|---|---|---|---|
| Kerstmis | Ja | Met Kerstmis | Met kerstmis |
| Kerst | Ja | Met Kerst | Met kerst |
| Pasen | Ja | Met Pasen | Met pasen |
| Pinksteren | Ja | Met Pinksteren | Met pinksteren |
| Hemelvaart | Ja | Met Hemelvaart | Met hemelvaart |
| Koningsdag | Ja | Op Koningsdag | Op koningsdag |
| Bevrijdingsdag | Ja | Op Bevrijdingsdag | Op bevrijdingsdag |
| Sinterklaas | Ja | Met Sinterklaas | Met sinterklaas |
| Ramadan | Ja | Tijdens Ramadan | Tijdens ramadan |
| Suikerfeest | Ja | Het Suikerfeest | Het suikerfeest |
| Halloween | Ja | Met Halloween | Met halloween |
| Moederdag | Ja | Op Moederdag | Op moederdag |
| Vaderdag | Ja | Op Vaderdag | Op vaderdag |
| Valentijnsdag | Ja | Op Valentijnsdag | Op valentijnsdag |
| Nieuwjaarsdag | Ja | Op Nieuwjaarsdag | Op nieuwjaarsdag |
| Oudejaarsavond | Ja | Op Oudejaarsavond | Op oudejaarsavond |
En de maanden dan? Geen hoofdletter!
Een veelgemaakte fout: maanden schrijven met een hoofdletter. In het Nederlands schrijf je maanden altijd met een kleine letter. Dit geldt voor alle maanden:
- januari, februari, maart, april, mei, juni
- juli, augustus, september, oktober, november, december
Dus niet: “In Oktober vieren we Halloween”, maar wel: “In oktober vieren we Halloween.” De maand krijgt een kleine letter, de feestdag een hoofdletter.
Hetzelfde geldt voor dagen van de week: maandag, dinsdag, woensdag enzovoort — altijd met een kleine letter, tenzij ze aan het begin van een zin staan.
Nieuwjaar: een bijzonder geval
Het woord nieuwjaar zorgt regelmatig voor verwarring. De regels zijn als volgt:
- Nieuwjaarsdag — met hoofdletter (het is een specifieke feestdag)
- nieuwjaar — met kleine letter als je het nieuwe jaar als periode bedoelt: “In het nieuwe jaar ga ik gezonder eten”
- Nieuwjaar — met hoofdletter als je het feest bedoelt: “Gelukkig Nieuwjaar!”
In de praktijk wordt nieuwjaar met een hoofdletter het meest gebruikt wanneer je iemand feliciteert of het als feestdag benoemt. Als je verwijst naar het kalenderjaar, gebruik je een kleine letter.
Samenstellingen en afleidingen
Bij samenstellingen met feestdagen gelden de volgende regels:
- Kerstboom, kerstbal, kerstkaart — kleine letter, want het zijn soortnamen geworden
- Kerstavond, Eerste Kerstdag, Tweede Kerstdag — hoofdletter, want het zijn specifieke dagen
- paashaas, paaseitje — kleine letter (soortnamen)
- Eerste Paasdag, Tweede Paasdag — hoofdletter (specifieke dagen)
- sinterklaasgedicht, sinterklaassurprise — kleine letter (soortnamen)
- Sint-Maarten — hoofdletter (eigennaam)
De vuistregel: als het een specifieke dag of feest aanduidt, gebruik je een hoofdletter. Als het een algemeen voorwerp of begrip is dat bij het feest hoort, gebruik je een kleine letter.
Koningsdag: altijd met hoofdletter
Koningsdag is een eigennaam en krijgt altijd een hoofdletter. Dat geldt ook voor de voorganger Koninginnedag. Let op: het is Koningsdag (één woord), niet Konings dag of konings dag.
Hetzelfde principe geldt voor Bevrijdingsdag en Dodenherdenking: het zijn officiële namen van herdenkingen en feestdagen, dus altijd met een hoofdletter.
Ramadan en andere religieuze perioden
Ramadan schrijf je met een hoofdletter. Het is de eigennaam van de islamitische vastenmaand. Hetzelfde geldt voor het Suikerfeest en het Offerfeest.
Andere religieuze perioden die een hoofdletter krijgen:
- Advent
- Vasten (de veertigdagentijd, als eigennaam)
- Chanoeka
- Pesach
Wil je meer weten over hoofdlettergebruik bij andere woorden? Lees dan ons artikel over hoofdletters bij aardrijkskundige woorden.
Veelgemaakte fouten samengevat
- Maanden met een hoofdletter — Fout: “In December”. Goed: “in december”.
- Feestdagen met een kleine letter — Fout: “met pasen”. Goed: “met Pasen”.
- Kerstspullen met een hoofdletter — Fout: “de Kerstboom”. Goed: “de kerstboom”.
- Dagen van de week met een hoofdletter — Fout: “Op Maandag”. Goed: “op maandag”.
Conclusie
De regels voor feestdagen en hoofdletters zijn eigenlijk niet zo ingewikkeld als ze lijken. Onthoud de basisregel: feestdagen zijn eigennamen en krijgen een hoofdletter. Maanden en dagen van de week zijn soortnamen en krijgen een kleine letter. Bij samenstellingen hangt het ervan af of het om een specifieke dag gaat (hoofdletter) of om een algemeen begrip (kleine letter).
Twijfel je over andere hoofdletterkwesties? Bekijk dan ook onze gids over hoofdletters bij aardrijkskundige woorden voor meer duidelijkheid.
Veelgestelde vragen over feestdagen en hoofdletters
Schrijf je Moederdag met een hoofdletter?
Ja, Moederdag schrijf je met een hoofdletter. Het is een eigennaam die verwijst naar een specifieke feestdag (de tweede zondag van mei). Hetzelfde geldt voor Vaderdag.
Moet Koningsdag met een hoofdletter?
Ja, Koningsdag is een eigennaam en krijgt altijd een hoofdletter. Het is de officiële naam van de nationale feestdag op 27 april.
Schrijf je nieuwjaar met een hoofdletter?
Dat hangt van de context af. Als feestdag of felicitatie schrijf je Nieuwjaar met een hoofdletter: “Gelukkig Nieuwjaar!” Als je het nieuwe jaar als periode bedoelt, gebruik je een kleine letter: “in het nieuwe jaar”.
Moet Ramadan met een hoofdletter?
Ja, Ramadan schrijf je met een hoofdletter. Het is de eigennaam van de islamitische vastenmaand.
Schrijf je Pinksteren met een hoofdletter?
Ja, Pinksteren is een eigennaam en krijgt een hoofdletter. Dat geldt voor alle christelijke feestdagen: Pasen, Pinksteren, Hemelvaart, Kerstmis.
Moet Halloween met een hoofdletter?
Ja, Halloween schrijf je met een hoofdletter. Hoewel het een feest van Amerikaanse oorsprong is, wordt het in het Nederlands als eigennaam behandeld.
Schrijf je november en oktober met een hoofdletter?
Nee, maanden schrijf je in het Nederlands altijd met een kleine letter: januari, februari, maart, enzovoort. Dit geldt voor alle twaalf maanden. Alleen aan het begin van een zin krijgt een maand een hoofdletter.
Waarom schrijf je kerstboom met een kleine letter maar Kerstmis met een hoofdletter?
Kerstmis is een eigennaam (de naam van het feest) en krijgt een hoofdletter. Een kerstboom is een soortnaam (een voorwerp dat bij het feest hoort) en krijgt een kleine letter, net als kerstbal, kerstkaart en kerstversiering.
Hoe schrijf je Eerste Kerstdag en Tweede Kerstdag?
Eerste Kerstdag en Tweede Kerstdag schrijf je beide met hoofdletters. Het zijn officiële namen van specifieke feestdagen. Hetzelfde geldt voor Eerste Paasdag en Tweede Paasdag.